OBITR – Reflecteren als hoogste orde van beheersing

Er is de laatste aandacht voor het soort vragen dat in toetsen gesteld wordt. Deze moeten representatief zijn voor wat er van de leerling of student verwacht wordt en inzicht geven in hoeverre de leerstof begrepen is. Daarbij komt het OBIT-model vaak om de hoek kijken, als referentie voor begeersingniveaus. Onthouding, begrijpen, integreren en toepassen. Echter, ik ben van mening dat hier een niveau aan toegevoegd kan worden: reflecteren.

 

Er is aandacht genoeg voor reflectie in het onderwijs, hoor ik u denken. Reflecteren op de lesdoelen, toegespitst op product én proces, reflectie op de samenwerking, reflectie op hoe de feedback van het reflectieverslag is verwerkt… hoeveel moeten we nog gaan reflecteren?

 

Ik doel op een ander soort reflectie, namelijk reflectie in de lijn van de beheersingsniveaus, als toevoeging in de logische lijn van beheersing. Iemand leert eerst de regel (uitgang tweede persoon tegenwoordige tijd is -t), vervolgens leert waarom dit zo is (beginsel van gelijkheid), daarna integreren of intrainen (op een toets het infinitief correct vervoegen), om vervolgens in het eigen taalgebruik deze regel te gaan toepassen. Het reflecteren dat daar logischerwijs op volgt, is niet alleen op het proces van kennis vergaren (hoe zijn de stappen doorlopen), maar het bewust zijn van welke kennis de student heeft en wat de mogelijkheden hiervan zijn.

“Hoeveel moeten we nog gaan reflecteren?”

Tijdens de introductie van een onderwerp wordt vaak al aandacht besteed aan waarom het van belang is om deze kennis te hebben. Het is goed om studenten daar zelf over na te laten denken. Zo heb ik aan het begin van de lessenreeks fictie een uitspraak van Lebowitz gedeeld en hierover een gesprek begonnen met de studenten: wat zou bedoeld worden met “Denk voor je spreekt, lees voor je denkt”?

Anders dan op lesdoelen (aan het eind van de les kan de student…) wordt vaak op het doel van het

leren niet gereflecteerd. Wanneer kennis eenmaal wordt toegepast, wordt de student niet meer aangezet tot reflectie over deze kennis en op de vaardigheid.

“Vaak wordt de student niet aangezet tot reflectie op deze vaardigheid”

Bij reflectie op het beheersen stel ik me voor dat aandacht wordt besteed aan wat de student verwacht met de vaardigheden te kunnen; in die veronderstelling heb ik een reflectieformulier aangepast en laten invullen. Daaruit bleek dat de denkbeelden van mij en mijn studenten verschilden, wat betreft de toepasbaarheid van kennis. Studenten die een acht en hoger hadden gehaald voor de toets correspondentie, hadden ondanks de introductieles geen idee wat ze met hun vaardigheden kunnen, of in ieder geval niet buiten de schoolcontext. Dat was voor mij de reden om na te denken over reflecteren als hoogste orde van beheersing.

 

Later hoop ik hierop terug te komen, allicht met een passende manier om studenten richting een hoger beheersingsniveau te brengen.

Het mbo is een wereld apart, binnen het onderwijs. Beroepsgericht onderwijs heeft mij altijd aangesproken, omdat het de mogelijkheid en uitdaging biedt om het vak passend te maken binnen het kader van de beroepsgroep. Het verplicht mij als docent om na te denken over waarom ik wil dat zij bepaalde zaken weten. Weten is een raar doel, wat dat aangaat. De focus zou moeten liggen bij aanzetten tot begrijpen, vaardigheden aanleren voor het leren zelf, in plaats van weten, en in toepassingssituaties die meer met het leven te maken hebben dan toetsen met een berekende gokfactor.

“De focus zou moeten liggen bij aanzetten tot begrijpen.”

 

De controversiële mening dat de spellingscontrole spellingslessen overbodig zou maken deel ik niet, maar het zou wel de focus van deze lessen moeten verleggen. Die focusverlegging geldt voor het vak in zijn geheel, wat mij betreft. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het curriculum Nederlands van het beroepsonderwijs nog verder zou willen versmallen tot enkele projecten in de beroepspraktijk. Ik zou juist meer aandacht willen voor bijvoorbeeld fictie, met een sterkere overlap met burgerschap. Maar daarover later meer.

 

Deze zaken interesseren mij zeer. Ik ben graag bezig met mijn vak en het onderwijs in het algemeen tegen het licht van een snel veranderende (belevings)wereld te houden; op basis van bevindingen van mijzelf en anderen probeer ik leermiddelen te bedenken, aan te passen en aan te vullen. In mijn zoektocht naar een voor mij ideale methode Nederlands, via experimenten, overleggen, artikelen, onderzoekjes, en vooral veel fouten, kom ik in interessante en vermakelijke situaties, die ik de komende tijd via korte stukjes tekst op de website wil delen.