Afgelopen week plaatste Bas Jongenelen een bericht in de Facebookgroep Leraar Nederlands. Aanleiding was een krantenartikel over het gebruik van ChatGPT aan de Universiteit Gent. Zijn observatie was eenvoudig en scherp: als aan de top AI-teksten worden gebruikt zonder dat expliciet te maken, kunnen we leerlingen en studenten moeilijk verwijten dat zij hetzelfde doen. Goed voorbeeld doet goed volgen. Of, zoals Jan Steen het ooit verwoordde: Soo de ouden songen, pijpen de jongen.
Dat bericht bleef hangen. Niet omdat het verontwaardigd was, maar omdat het iets blootlegde. Dit gaat niet over schuld. Niet over wie er “fout” zit. En eigenlijk ook niet echt over AI.
Er is geen schuldige.
De wereld beweegt. Altijd. Vooruit, niet terug.
Het onderwijs staat midden in die beweging. En dat is spannend, want onderwijs wordt vaak beschreven in termen van vaardigheden: lezen, schrijven, analyseren, formuleren. Handig. Nodig ook. Maar dat is niet de kern.
Vaardigheden zijn geen einddoel.
Ze vormen het denken.
Wat we op school werkelijk leren, is niet alleen hoe iets moet, maar dat je kunt denken. Dat ideeën verschuiven. Dat perspectieven groter kunnen worden. Dat jouw wereldbeeld niet vaststaat, maar groeit.
Onderwijs maakt de wereld groter dan je eigen hoofd.
En als je het zo bekijkt, past AI daar eigenlijk verrassend goed bij. Niet als vervanger van denken, maar als aanleiding om opnieuw te kijken naar wat denken is. AI legt oude ideeën bloot die beginnen te knellen: het idee dat denken altijd individueel moet zijn, dat een tekst alleen waardevol is als hij volledig uit één hoofd komt, dat leren vooral zichtbaar wordt in het eindproduct.
Misschien zit de spanning dus niet in de technologie, maar in ons vasthouden.
Aan beoordelingsvormen.
Aan romantische ideeën over originaliteit.
Aan het idee dat controle gelijkstaat aan kwaliteit.
De wereld gaat door. Dat is geen oordeel. Dat is een gegeven.
Het onderwijs heeft daarin altijd een bijzondere rol gehad. Niet door verandering tegen te houden, maar door betekenis te geven aan wat verandert. Door leerlingen te helpen denken in een wereld die groter en complexer wordt.
AI hoort bij die wereld.
Net zoals boeken, internet, rekenmachines en spellingscontrole dat ooit deden.
Dat vraagt iets van scholen, ja.
Maar vooral van ons denken.
Niet strengere regels.
Maar betere vragen.
Niet meer wantrouwen.
Maar meer helderheid over wat we eigenlijk belangrijk vinden.
Misschien is dit geen tijd om het onderwijs te beschermen tegen AI.
Misschien is dit een tijd om het onderwijs te herinneren aan wat het altijd al was:
een plek waar denken mag groeien.
