OBITR – Reflecteren als hoogste orde van beheersing

Er is de laatste aandacht voor het soort vragen dat in toetsen gesteld wordt. Deze moeten representatief zijn voor wat er van de leerling of student verwacht wordt en inzicht geven in hoeverre de leerstof begrepen is. Daarbij komt het OBIT-model vaak om de hoek kijken, als referentie voor begeersingniveaus. Onthouding, begrijpen, integreren en toepassen. Echter, ik ben van mening dat hier een niveau aan toegevoegd kan worden: reflecteren.

 

Er is aandacht genoeg voor reflectie in het onderwijs, hoor ik u denken. Reflecteren op de lesdoelen, toegespitst op product én proces, reflectie op de samenwerking, reflectie op hoe de feedback van het reflectieverslag is verwerkt… hoeveel moeten we nog gaan reflecteren?

 

Ik doel op een ander soort reflectie, namelijk reflectie in de lijn van de beheersingsniveaus, als toevoeging in de logische lijn van beheersing. Iemand leert eerst de regel (uitgang tweede persoon tegenwoordige tijd is -t), vervolgens leert waarom dit zo is (beginsel van gelijkheid), daarna integreren of intrainen (op een toets het infinitief correct vervoegen), om vervolgens in het eigen taalgebruik deze regel te gaan toepassen. Het reflecteren dat daar logischerwijs op volgt, is niet alleen op het proces van kennis vergaren (hoe zijn de stappen doorlopen), maar het bewust zijn van welke kennis de student heeft en wat de mogelijkheden hiervan zijn.

“Hoeveel moeten we nog gaan reflecteren?”

Tijdens de introductie van een onderwerp wordt vaak al aandacht besteed aan waarom het van belang is om deze kennis te hebben. Het is goed om studenten daar zelf over na te laten denken. Zo heb ik aan het begin van de lessenreeks fictie een uitspraak van Lebowitz gedeeld en hierover een gesprek begonnen met de studenten: wat zou bedoeld worden met “Denk voor je spreekt, lees voor je denkt”?

Anders dan op lesdoelen (aan het eind van de les kan de student…) wordt vaak op het doel van het

leren niet gereflecteerd. Wanneer kennis eenmaal wordt toegepast, wordt de student niet meer aangezet tot reflectie over deze kennis en op de vaardigheid.

“Vaak wordt de student niet aangezet tot reflectie op deze vaardigheid”

Bij reflectie op het beheersen stel ik me voor dat aandacht wordt besteed aan wat de student verwacht met de vaardigheden te kunnen; in die veronderstelling heb ik een reflectieformulier aangepast en laten invullen. Daaruit bleek dat de denkbeelden van mij en mijn studenten verschilden, wat betreft de toepasbaarheid van kennis. Studenten die een acht en hoger hadden gehaald voor de toets correspondentie, hadden ondanks de introductieles geen idee wat ze met hun vaardigheden kunnen, of in ieder geval niet buiten de schoolcontext. Dat was voor mij de reden om na te denken over reflecteren als hoogste orde van beheersing.

 

Later hoop ik hierop terug te komen, allicht met een passende manier om studenten richting een hoger beheersingsniveau te brengen.

Het mbo is een wereld apart, binnen het onderwijs. Beroepsgericht onderwijs heeft mij altijd aangesproken, omdat het de mogelijkheid en uitdaging biedt om het vak passend te maken binnen het kader van de beroepsgroep. Het verplicht mij als docent om na te denken over waarom ik wil dat zij bepaalde zaken weten. Weten is een raar doel, wat dat aangaat. De focus zou moeten liggen bij aanzetten tot begrijpen, vaardigheden aanleren voor het leren zelf, in plaats van weten, en in toepassingssituaties die meer met het leven te maken hebben dan toetsen met een berekende gokfactor.

“De focus zou moeten liggen bij aanzetten tot begrijpen.”

 

De controversiële mening dat de spellingscontrole spellingslessen overbodig zou maken deel ik niet, maar het zou wel de focus van deze lessen moeten verleggen. Die focusverlegging geldt voor het vak in zijn geheel, wat mij betreft. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het curriculum Nederlands van het beroepsonderwijs nog verder zou willen versmallen tot enkele projecten in de beroepspraktijk. Ik zou juist meer aandacht willen voor bijvoorbeeld fictie, met een sterkere overlap met burgerschap. Maar daarover later meer.

 

Deze zaken interesseren mij zeer. Ik ben graag bezig met mijn vak en het onderwijs in het algemeen tegen het licht van een snel veranderende (belevings)wereld te houden; op basis van bevindingen van mijzelf en anderen probeer ik leermiddelen te bedenken, aan te passen en aan te vullen. In mijn zoektocht naar een voor mij ideale methode Nederlands, via experimenten, overleggen, artikelen, onderzoekjes, en vooral veel fouten, kom ik in interessante en vermakelijke situaties, die ik de komende tijd via korte stukjes tekst op de website wil delen.

Om goed te kunnen leren, moet je het orgaan waarmee je dat doet goed onderhouden en vertroetelen. En waar leer je mee? Juist. Met je hersenen.  Jouw brein. 
Tegenwoordig kunnen de heren doktoren alle organen vervangen als ze niet goed werken. Behalve de hersenen. Denk daar maar eens aan. Je hebt maar één brein en daar moet je zuinig op zijn, want je moet er je hele leven mee doen. Met de tips die ik je nu ga geven, komt jouw brein in optimale conditie. Mits je de tips ook opvolgt, natuurlijk. Doe je dat, dan gaat het leren als een tierelier.

Tip 1
Eet dingen die goed voor je lichaam zijn en goed voor je hersenen. En eet geen rommel met veel vet erin. Jouw hersenen hebben goede brandstof nodig. Sommige groenten en fruit zijn erg goed voor je hersenen zoals broccoli, blauwe bessen, walnoten, avocado’s, alle donkergroene groenten.

Tip 2
Zorg dat je de juiste vitaminen binnenkrijgt. Zorg dus dat je voedsel eet dat rijk is aan o.a. vitamine B en omega 3. Als je wel eens het gevoel hebt dat je niet goed en helder meer kunt denken, dan kan het zijn dat je te weinig omega 3-vetzuren in je dieet hebt. Omega 3-verzuren zijn heel goed voor je mentale helderheid, je concentratievermogen en je focus.
Tip 3
Beweeg voldoende. Wat goed is voor je hart is ook goed voor je hersenen. Ze zeggen niet voor niet: “Een gezonde geest in een gezond lichaam”.
Tip 4
Houd je omgeving schoon. Een opgeruimde omgeving is een opgeruimd hoofd.
Tip 5
Verzamel positieve mensen (vrienden) om je heen. Je hebt meer aan mensen die je ondersteunen, dan mensen die je naar beneden proberen te halen. Vrolijke en positieve mensen om je heen zorgen dat jij ook een goed humeur hebt en dat is weer goed voor je hersenen.
Tip 6
Slaap ruim voldoende. ’s Nachts ruim je namelijk alle rommel in je hoofd op. Bovendien: vermoeide hersenen kunnen niet op vol vermogen werken. Topsporters slapen ook heel veel en leren is gewoon topsport!
Tip 7
Leer nieuwe dingen. Nieuwe dingen leren zorgt er voor dat je in je hersenen nieuwe verbindingen èn hersencellen aanmaakt. Je hersenen krijgen door leren dus automatisch een upgrade.
Tip 8
Deze tip is superbelangrijk. Vermijd automatische negatieve gedachten. Denken in beperkingen is jezelf automatisch beperken. Negatieve gedachten komen vaak van andere mensen af. Moet je maar eens opletten bij je eerst volgende, negatieve gedachte. Is die gedachte echt van jou of heb je die van iemand overgenomen?
Ik heb vroeger op speciaal onderwijs gezeten. Ik zat in hele kleine klasjes omdat ik heel snel was afgeleid. Doordat ik op speciaal onderwijs zat, dachten veel mensen dat ik niks kon. Dat zeiden ze ook. Ik heb er nooit zoveel om gegeven en ik deed gewoon wat ik leuk vond. Maar als ik naar die negatieve mensen had geluisterd, dan was ik nu geen leraar geworden, maar meubelmaker (daar vonden ze me geschikt voor, maar ik ben totaal niet handig met mijn handen). Denk positief dan ga je je ook positief gedragen. Positief tegen jezelf praten werkt ook heel goed, want je onderbewuste luistert altijd mee met wat je zegt.
Tip 9
Bescherm je hersenen. Draag een helm, gebruik geen alcohol en/of drugs. Wees zuinig om je hersenen, want je hebt er maar één.
Tip 10
Ga goed om met stress. Als de stresshormonen (cortisol, adrenaline en noradrenaline) door je lichaam gieren, kun je niet leren. Je lichaam en je brein hebben rust nodig om te kunnen leren. Hoe je tot rust komt, moet je zelf weten maar kies een vorm waarbij je niet je mobiel hoeft te gebruiken. Leg dat ding gewoon weg en richt je op iets wat niks met computers, tablet, mobieltjes te maken heeft.
Muziek kan heel krachtig werken om je te laten ontspannen. Mijn muziek, dat je gewoon op Spotify/Deezer/iTunes e,d kunt vinden, is speciaal hiervoor gemaakt. Zoek op de streaming diensten naar Seva Randeep. Dat is mijn artiestennaam.
Dit lijstje heb ik niet zelf verzonnen, maar komt uit het boek Limitless van breincoach Jim Kwik.

De Taak – Robert Pollack

Ik merk vaak dat het de interesse van leerlingen wekt als een boek gebaseerd is op echte gebeurtenissen of personen. Dat is ook bij dit boek het geval.

De schrijver van dit boek over een rechtszaak, Rob Polak, zit zelf ook in de juridische wereld. Hij weet waarover hij het heeft, omdat hij rechter en advocaat is.
Daarnaast is het misdrijf / de rechtszaak / het onderzoek uit het boek gebaseerd op een situatie die in 2009 echt heeft plaatsgevonden. Hierbij deed de Russische advocaat Magnitsky onderzoek naar belastingfraude en corruptie. Toen hij bekend wilde maken wat hij had ontdekt, werd hij zelf opgepakt.

Hoewel dit een inspiratiebron was voor de schrijver en het verhaal officieel fictie is, komen veel aspecten wel overeen. Een paar voorbeelden daarvan zijn de mishandeling in de gevangenis en het tekort aan medicatie. Dankzij Magnitsky’s zaak heeft een aantal landen nu een nieuwe wet omtrent mensenrechten en corruptie. Nederland krijgt waarschijnlijk een variant op deze wet.

Het boek begint in 2010 bij Zachov die zijn eigen bedrijf niet meer in mag. Hij vraagt om zijn advocaat Mazovski, maar die is niet beschikbaar, want hij is opgepakt. De rest van het verhaal speelt zich af in 2013. Zachov speelt nog maar een kleine rol en Mazovski geen: hij is in 2011 overleden. De hoofdpersonen zijn Steffen en Christine van de Raad van Europa die de zaak onderzoekt.
Je leest hoe ze met elkaar omgaan, wat ze in Rusland beleven en vooral: hoe het onderzoek verloopt. Ze interviewen verschillende betrokkenen. Je leest het interview zelf, of ze tevreden zijn over het verloop en hoe ze de verkregen informatie interpreteren.

Vooral Steffens verhaallijn over wat ze zelf ondernemen in Rusland is interessant. Hij is ook een stuk ondernemender dan Christine die zich vooral bezighoudt met het thuisfront en de voorbereiding op de rest van het onderzoek. Steffen raakt bevriend met een Russische kunstenaar met een interessante… ‘hobby’. Hij vraagt of Steffen iets voor hem wil doen. Steffen vraagt zich constant af of schilder Dimitri te vertrouwen is of dat hij hoopt informatie over de zaak te ontfutselen. Andersom wordt Steffen door Dimitri en zijn vrienden ook getest op betrouwbaarheid. Rusland staat nou eenmaal bekend om corruptie en je kunt er niemand vertrouwen, zeker Steffen en Christine die er zijn voor een politiek gevoelig onderzoek niet. Er lopen uiteindelijk verschillende verhaallijnen door elkaar heen die uiteraard toch bij elkaar blijken te horen. Ze worden ook vaak in de gaten gehouden: door getuigen/ondervraagden die liever niet willen dat ze in hun zaakjes wroeten, door de Russische veiligheidsdienst, door een privédetective en door een zogenaamde terroristische organisatie. 

Ook maakt Rusland gebruik van iemands zwakke plekken.
‘De Russen zijn dol op chantage, dus eventuele kwetsbaarheden wil ik nu in beeld hebben.’
‘Georges en ik zijn keurig getrouwd, Xavier is nog te jong om de misdaad in te gaan, en trouwens ook veel te lief, we betalen onze hypotheekrente elke maand op tijd, we hebben geen andere schulden, ik gok niet, gebruik geen drugs en heb geen vijanden voor zover ik weet. En ik heb ook geen affaire.’ Nu lachte ze voluit. Het was allemaal waar, hield ze zichzelf voor.
‘Heel mooi, dat is wat ik wilde horen.’

Een citaat tussen Christine en haar leidinggevende voordat ze naar Rusland vertrekken. Vooral het een-na-laatste zinnetje van dit citaat verklapt al een beetje dat Christine later in de problemen komt…

Ik merkte wel dat dit boek een hoger leesniveau heeft. Officieel is het een thriller, maar ik vond het erg lang duren voordat ik het echt spannend vond, terwijl volwassenboeken van niveau 1 en 2 veel meer actie bevatten, meteen vanaf het eerste hoofdstuk. Bij dit boek draaide het eerste deel om het verkrijgen van informatie om het verhaal en de personages te begrijpen voordat het spannend wordt.

Verder vond ik het lastig om alle personages te onthouden. Ze worden soms bij hun voor- en soms alleen bij hun achternaam genoemd en dan zijn ze ook nog eens Russisch, waarbij namen een beetje aangepast worden bij een huwelijk. En er is sowieso al een vrouwelijke variant op elke achternaam, Kalinin wordt bijvoorbeeld Kalinina. Ook kwam Zachov, uit hoofdstuk 1, pas vele hoofdstukken later weer terug en had ik eerst niet door wie hij ook alweer was. Achterin zit wel een lijst met personages die je tijdens het lezen zou kunnen gebruiken. Hoewel dat aan het begin benoemd wordt, wist ik dat tijdens het lezen al niet meer; gelukkig begreep ik het verhaal toch. Maar het leek me een handig tip voor wie tegen hetzelfde aanloopt.

Hoewel het boek dus niet meteen spannend is, nodigt het toch uit om het verder te lezen dankzij het mysterie. Natuurlijk wil je als lezer toch weten wat er precies met Mazovski is gebeurd, waarom hij in de gevangenis kwam en wie er dus liegt.

 

Het boek staat (nog) niet op bekende websites die er leesniveaus aan toekennen, maar zelf schat ik het in op leesniveau 3. Het boek heeft als doelgroep volwassenen. Door de combi van doelgroep en leesniveau zou ik het adviseren voor de bovenbouw en evt. klas 3 van de hogere niveaus. (Zelf geef ik les aan havo en vwo onderbouw.)

 

Binnen twee maanden zal een nieuwe nieuwsgierige lichting onze scholen vullen: de leerlingen uit groep 8. Één van hen is mijn dochter en van heel dichtbij ervaar ik voor het eerst die overgang.

Daar staat ze. Mijn dochter van elf, zo zacht als een elfje en zo krachtig als een tijger. Haar lange benen in een panterjeans, een geel shirt erboven met ‘treasure the wildness’. Haar rode regenlaarzen die ze bijna dagelijks draagt zijn bij uitzondering ingewisseld voor zwarte gympen. Ze vraagt of ze mijn kettinkje mag lenen, en aan de geur te merken bovenaan de trap heeft ze parfum gespoten. Yintel maakt zich op voor de afscheidsavond van groep 8.

Acht jaar geleden stond ze daar, mijn dochtertje van drie, zo zacht als een elfje en zo krachtig als een tijger. Haar korte beentjes staken vanonder een witte tutu, een koraalroze shirtje erboven met een konijntje op een fiets. Sandaaltjes, haartjes, alles was voorbereid op die allereerste dag als piepjonge leerling op school en met ogen zo groot als de tafel van de ridders van de ronde tafel stapte ze de drempel over, haar basisschoolleven tegemoet. De aftelkalender in de gang had precies gezegd hoeveel dagen het nog duurde voor die zenuwen zich zouden omzetten in een kring vol stoeltjes en een vlooiencape aan de kapstok met het schilpadje en nu was het dan zover.
Van die kleine kleuter groeide ze tot een meisje in groep 3, dat ’s ochtends achterop de fiets liedjes zong en dan met haar roze tasje met een blauwe olifant het schoolplein op liep, op naar een nieuwe dag vol letters en cijfers.
Yintel werd groter en kon zich gevoelsmatig steeds beter distantiëren van anderen: ze werd steeds meer zelf iemand, een eigen individu in de klas. Juf Annemieke gaf haar in groep 4 precies de wind in haar elfenvleugeltjes die ze nodig had en ze groeide dat jaar zeker drie meter. Ik weet nog hoe ze zo graag zomaar een spreekbeurt wilde houden over tijgers en hoe alle kindjes daarna geschminkt in de klas zaten. Yintel stond zo vreselijk trots met dat geschminkte gezicht te vertellen over WNF en dat tijgers de enige katachtigen zijn die van water houden dat ik water in mijn ogen kreeg – mijn elfentijger stond haar passie te delen en het stond haar zo verschrikkelijk goed. De juf haalde alle kracht naar boven en het was precies hoe ik vond dat juffen moeten zijn: door liefdevolle aandacht de volle potentie uit een kind laten barsten. Juf Isabelle ging daar het jaar erna mee door en Yintel sprankelde steeds meer.
In de bovenbouw veranderde ze nog verder. Steeds meer werd duidelijk hoe Yintel als leerling in elkaar zat en dat jaar kon ze misschien wel voor het eerst met een gelukkig hart achterover leunen: ze wist wat ze kon en wilde en kon zelfstandig bewegen.
Toen verhuisden we. Met grote tranen nam ze afscheid en bij de start in groep 7 heeft ze maandenlang haar hart gesloten voor nieuwe vriendschappen. Het verdriet was nog te vers om zich te binden aan het nieuwe huis en de nieuwe school en nieuwe kinderen en zo woonden wij in een klushuis, maar was de grootste klus het hart van Yintel gelukkig krijgen. Het lukte. Juf Angelique en juf Gerda zagen precies de schoonheid en uitdaging van Yintel en langzaamaan opende ze zich en konden er nieuwe meiden in haar vriendinnenhart komen wonen. Heel groep 7 groeide en verdiepte zich dat en toen groep 8 begon met lieve juf Nikki en lieve meester Albert was er nog altijd die steady, heerlijke vriendinnengroep. Een groepje vol meisjes met dezelfde liefde voor dikke boeken lezen, Minecraft, bij de lammetjes kijken, trampolinespringen, Harry Potter en spelletjesmiddagen. Urenlang stepten ze en kletsten ze en van een afstand zag ik hun okselharen groeien en hoorde ik de gesprekken over lievelingsschrijvers en toekomstige beroepen.

En ineens was daar corona. Van klein kleutertje dat opkeek naar de kinderen in groep 8 en uitkeek naar al die leuke dingen die alleen bestemd waren voor die supergrote kinderen, zo was zij nu zelf een kind in groep 8. Maar niet met die leuke dingen. Geen kamp met heel veel dagen ver van huis, geen afscheid met een zaal vol docenten, geen erehaag van alle leerlingen, geen eindtoets en niet gillend door de gangen rennen terwijl je snoep strooit als een koningin. Niets van dit. In plaats daarvan waren er maanden van thuisonderwijs, waarbij Yintel bijna geen vriendinnen zag omdat het allemaal te gevaarlijk was om iemand in ons huis te laten en ze haar meester en juf alleen ontmoette via het scherm. Ze deed het subliem, dat thuisonderwijs, maar haar bovenbouwhart werd verdrietig.
Toen ging de school weer open en floot ze zo hard op haar fiets dat alle vogels meededen. Even later kwam de boodschap dat de kinderen weer dicht bij elkaar mochten staan en er werd gelachen en gespeeld en plots sprongen er weer allemaal tieners op de trampoline.
De school zette alles op alles om de afsluiting van dit laatste jaar zo fijn en bijzonder mogelijk te maken. Ook op deze school bleken meesters van meesters en juffen te bestaan: ze draaiden een eindprogramma in elkaar met alternatieven voor het gewone en er volgde een prachtig mini-kamp met herinneringen voor het leven. ‘Treasure the wildness’ staat er op haar nieuwe shirt en dat doet ze met alle overgave.

En nu, nu is het dus de allerlaatste schoolweek op de basisschool. Die week met de afscheidsavond waar ouders samenkomen en met tranen in hun ogen kijken naar de eindfilm, die week waarin de kinderen afscheid nemen van het gebouw, de leerkrachten en de klas. Die week, deze afsluitweek, waarvan Yintel zo heel diep proeft dat het écht een afsluiting is, een afscheid, een laatste bladzijde in een boek. Ze voelt het en inhaleert zo diep mogelijk alle geluk en plezier die ze nog kan voelen.

Slechts één keer knipperde ik met mijn ogen en mijn kleine kleutertje werd een leerling uit groep 8. Nog zes weken en dan begint de nieuwe fase: de middelbare school. Wat zal ze de kennis opzuigen en de creativiteit omarmen. Wat zal ze genieten van alle nieuwe contacten en nieuwe kennis. Wat zal ze bikkelen en moeten wennen aan een weekplanner en haar weg vinden in een nieuw gebouw met nieuwe docenten. Ze zal doorweekt thuiskomen van de fietstocht en ik zal net als mijn moeder twintig jaar geleden tosti’s voor haar maken. Ik zal haar vragen hoe het was op school en ze zal antwoorden met ‘Goed’ en verder zo weinig mogelijk delen met die veel te nieuwsgierige moeder. Ze zal me ontwijken als ik haar probeer de knuffelen en stampend naar boven rennen omdat ze een onvoldoende heeft en we de stomste ouders van de wereld zijn.
En als ik haar dan vanachter het behang heb geplukt, zal ik haar door mijn tranen heen aankijken en het vuur in haar ogen zien. Ik zal trots zijn, op dat vuur in haar. Dat vuur, waarmee ze haar schooltijd begon, doorliep en afsluit. Het vuur waarmee ze het leven leeft.

Mijn grote kind op de grote school – dat wordt een heel nieuw boek met nieuwe verhalen in haar hart en nieuwe verhalen uit mijn pen.

De meeste leerlingen deugen

In onderwijsland wordt er redelijk veel geklaagd over de leesbereidheid van leerlingen. Ze zouden niet meer zoveel lezen en ze zouden het niet meer zo leuk vinden. En dat leerlingen niet meer lezen, zorgt er weer voor dat het percentage laaggeletterden in Nederland toeneemt, want in Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is behoorlijk wat. Als je uit gaat van 17 miljoen mensen, dan wil dat dus zeggen dat ongeveer 15% van de bevolking laaggeletterd is. Dat is inderdaad zorgwekkend. Ik vraag me dan ook meteen af hoe die mensen onderwijs hebben genoten en wat die docenten allemaal hebben gedaan?

Maar goed. Ik wil niet een saai stukje schrijven over het onderwijssysteem, maar eigenlijk gewoon een leuke, persoonlijke column over lezen en waarom ik denk dat de leerlingen niet meer willen lezen.

Toen ik jong was, las ik heel erg veel. Op een keer had ik ontdekt dat ik lezen leuk vond. Ergens in huis had ik een boek met verhalen over Tijl Uilenspiegel gevonden. Dat boek was ik gaan lezen en ik vond de verhalen fantastisch (later ben ik daarom ook Pietje Bell en Kruimeltje gaan lezen). Toen ik dat boek uit had, ben ik in huis opzoek gegaan naar andere boeken. Mijn zussen lazen de serie De Vijf van Enid Blyton, een broer had veel Kameleons dus dat ik ging ook maar lezen. Ik heb alles gelezen en had honger naar meer. Daarom werd ik lid van de bibliotheek en daar was ik zowat elke vrije woensdagmiddag te vinden: op zoek naar leuke boeken die ik (stiekem) ‘s avonds laat kon lezen.

Vakantie

In de vakantie was het voor mij helemaal feest. Wij, als familie, gingen niet vaak op vakantie omdat dat te duur was. Met 6 kinderen op vakantie is natuurlijk ook best prijzig. Daarom maakten we dagtrips. Met de auto gingen we naar het Drielandenpunt, Valkenburg, Duitsland of België in. En altijd lag ik in de kattenbak van onze Volkswagen Variant bedolven onder de boeken, kussens en dekens. Het was mijn domein. En vaak was ik teleurgesteld als we er al waren, omdat ik dan net bij een spannend stukje in een boek was aangekomen. Balend kroop ik dan weer uit de auto. Als het aan mij zou liggen dan kon zo’n autorit niet lang genoeg duren, want het vakantieleesboekenpakket van de leesmap moest uit!

Verplicht lezen

Weer wat later begon ik boeken van Stephen King te lezen. De boeken die ik voor mijn lijsten op school moest lezen, vond ik niet altijd even interessant. Ik vond ze saai en niet uitnodigend. Daarom deed ik er ook niet veel moeite voor om ze door te ploeteren. Ik kon me prima behelpen met de uittrekselboeken van de bibliotheek. Het liefste las ik gewoon Stephen King en andere soortgelijke schrijvers. Verplicht lezen vond ik maar lastig en niet leuk.

Pas toen ik Nederlands ging studeren, ging ik de Grote Schrijvers waarderen. Het was verplicht, maar ik vond het toen ook leuk. Met andere woorden: ik was er toen eigenlijk aan toe.

Nu ben ik voor mijn plezier in de zomervakantie de dikke pil van Rutger Bregman aan het lezen: “De meeste mensen deugen”. Hierin pleit hij dat de meeste mensen wel behulpzaam zijn in tijden van crisis en dat wij als mensheid juist zo ver zijn gekomen doordat we liefde kennen. Het idee dat de mens diep van binnen slecht is, is eigenlijk maar een idee dat in sommige hoofden van mensen leeft. Zoiets is misschien ook wel met de leesbereidheid van leerlingen aan de hand, want ik heb altijd wel leerlingen in de klas gehad die wel graag boeken lezen en hele series van een bepaalde schrijver verslonden.

Diep van binnen willen ze wel op avontuur gaan, maar ze worden te veel afgeleid door andere leukere dingen zoals gave series op Netflix (Snowpiercer, Flash, Warrior Nun). Die ook de fantasie kunnen prikkelen. Dat leerlingen niet de boeken van de meesters en juffen willen lezen, komt veel doordat die boeken vaak de jeugd iets willen leren of willen waarschuwen voor iets. Als je leerlingen laat kennismaken met boeken waar ze op dat moment aan toe zijn en die voor hen ook leuk zijn om te lezen (die de fantasie prikkelen) dan gaat het vaak wel goed. De meeste leerlingen deugen wel voor het lezen.

Seva Randeep